176. 1955-2014 Biezelinge/Veldhoven/Bladel Hoe is het met Omloop der Kempen winnaar Jo de Roo?

2014-09-30 Biezelinge-Veldhoven-Bladel Jo de Roo 1954-2014 Omloop der Kempen 1957 huldiging winnaar Jo de Roo SchoreWinnaar Jo de Roo in de lauwerkrans van de Omloop der Kempen 1957 met de door hem gewonnen herenfiets. Die fiets van het merk Panter, de traditionele prijs voor de winnaar van de klassieker, ontvangt hij samen met de overwinningstrofee in ’t Witven, het clublokaal van TWC Tempo. Op de foto ook Lenny Zijlmans, secretaris van de organiserende vereniging TWC Tempo en clubvoorzitter Huub Zijlmans. Naast Jo de Roo staan Theo van Wychen en Jos Heeren (Roosendaal), op de voorgrond de heer Debbout, begeleider van de vereniging Theo Middelkamp, geheel rechts microfonist Cor Wijdenes en rechts op de achtergrond Tempo-bestuurslid Jan Groenen

“Ik was nog maar net twintig toen ik in 1957 de Omloop der Kempen won. Het was mijn eerste goeie seizoen. Een paar weken eerder was ik achter Piet Steenvoorden tweede geworden in de strijd om de nationale wegtitel op het circuit van Zandvoort. In Olympia’s Tour had ik dat jaar een rit gewonnen en werd zesde in de eindstand. Bovendien boekte ik dat jaar twee etappezeges en de eindoverwinning in de Ster van West-Vlaande­ren.” Jo de Roo kan zich de wedstrijddag in de Kempen nog goed voor de geest halen. Zijn zege in de Omloop en de andere successen worden de aanzet naar een glanzende profcar­rière. De Zeeuwse krachtpat­ser laat zich in 1962 met drie grote klassieke zeges tot ’s werelds beste wielrenner uitroepen als winnaar van de Super Prestige Pernod, te vergelijken met de huidige World Tour waarin de profs punten kunnen scoren voor de UCI World Ranking.

Vier jaar knokt Jo de Roo als beginneling voor een fat­soen­lijke plaats in de wielerpelotons. “Mijn eerste wedstrijdjes reed ik al toen ik nog op de lagere school zat. Bij ons in het dorp startte ik op een gewone fiets met het stuur andersom in een dikke banden race. Toen ik in juli zestien werd vroeg ik mijn eerste wedstrijdlicentie aan. Het eerste jaar was het helemaal niks en ook in mijn tweede jaar bij de nieuwelingen maakte ik een moeilijke periode door. Je reed op de fiets naar de wedstrijden, soms een heel eind van huis in België of in Brabant.” In juli 1955, na zijn zeven­tiende verjaardag, rijdt De Roo zijn eerste koers bij de ama­teurs, maar ‘door ziektes en zo’ duurt het nog een paar jaar voor de echte doorbraak komt voor de landbouwerszoon uit Schore, een dorpje in de buurt van Krui­ningen. In Olympia’s Tour wint hij in 1957 de tweede etappe van Steenwijk naar Eindhoven. Daar worden de vier eerste plaatsen bezet door renners van ‘Theo Middelkamp’, de club die dan pas een paar jaar bestaat en waarbij De Roo zich als een van de eersten op de ledenlijst heeft laten inschrijven. De ploeg wordt in Nederlands grootste rondrit voor amateurs eerste in de ploe­genrangschik­king en met Middel­kamp wordt De Roo datzelfde jaar ook nog clubkampioen van Nederland.

Voor de Zeeuwse coureur wordt 1957 een prach­tige wielerjaargang. Zijn zege in de Omloop der Kempen herinnert hij zich nog goed. “Zoveel koersen won ik toen nog niet en als je dan als winnaar een herenfiets in ont­vangst mag nemen, blijft je dat wel bij. Jan Hugens was weg en we gingen met een man of vijf in de tegen­aanval. Met Geurt Pos, Theo van Wychen, Ab van Egmond en Harrie Ehlen liepen we Hugens in. Ehlen had beloofd niet mee te sprinten als we hem mee naar de streep namen. Toen het zover was kostte het me heel wat moeite om hem te kloppen. Dat gaf toen nog een hele rel.” In de Ronde van Overijssel stelt De Roo met een tweede plaats achter Piet Damen zijn kandida­tuur voor het WK op de weg in Waregem veilig. Een val op de knie gooit hem daar in België uit de strijd. Die knie zal hem op latere leeftijd nog parten gaan spelen. De opvallende prestaties van De Roo hebben inmiddels wel de aandacht van wielerkenners getrokken. Klaas Buchly, de ploeg­leider van Magneet, benadert hem. In die ploeg rijdt hij een half seizoen als onafhankelijke, in die tijd de tussencatego­rie tussen amateurs en professionals. Zo proeft hij van het werk bij de beroepsrenners en finisht onder meer als tweede in Gent-Wevelgem.

In de Magneet-ploeg van eindwinnaar Piet van Est wint Jo de Roo in 1958 de slotetappe van de Profronde van Nederland in het Amsterdam­se Olympisch Stadion door niemand minder dan Gerrit Schulte en Ab Geldermans te verslaan. De Zeeuwse neo-prof heeft dan zijn eenentwintigste verjaardag nog niet eens gevierd! Ook in 1959 boekt hij een drietal zeges, onder meer in de Zesdaagse der beloften op de wielerbaan van Antwerpen. Het volgende seizoen komt De Roo in een Franse ploeg terecht. “Bij Helyett-Leroux-Hutchinson, de ploeg van Jacques Anquetil, zochten ze een sprinter. Toen ben ik met Michel Stolker en Joop Capteijn in Franse dienst gaan rijden, vijf jaar in de ploeg van Anquetil, St. Raphael.” Jo de Haan en Ab Gelder­mans waren al eerder in Franse dienst. Het is de tijd dat de beste Nederlandse professionals door Franse ploe­gen worden begeerd. Jan Janssen en Dick Enthoven rijden bij Pelforth, Bas Maliepaard en Piet Rentmeester bij Geminiani. Jo de Roo is haast steevast al vroeg in vorm. Hij boekt een paar jaar op rij ritzeges in de Ronde van Sardinië. De Zeeuw volgt daar in 1960 Rik van Looy op als eindwinnaar. Datzelfde jaar rijdt hij zijn eerste Tour de France, zonder er potten te kunnen breken. In 1961 wint hij acht wedstrijden. “Op het eiland Mann versloeg ik toen André Darrigade. Ook in 1962 won ik een stuk of acht koersen.” Het Parijse sportdagblad l’Equipe roemt aan het einde van dat wegseizoen de Nederland­se beroepsrenners in een toonaangevend artikel vergezeld van een karikatuur met De Roo, Stolker, Geldermans, Nijdam, Hugens en Janssen aan het fietsen met een banier waarop het Neder­landse wapen aan een vlaggenstok die uitloopt in een tulp.

Bij de acht zeges van Jo De Roo in 1962 zijn maar liefst drie grote klassie­kers: Bor­deaux-Parijs, met 557 kilo­meter de langste wedstrijd van het seizoen, Pa­rijs-Tours, de snelste met een gemiddelde uur­snelheid van 44 kilo­meter en 903 meter, en de Ronde van Lom­bar­dije, de lastig­ste klassieker van het wegsei­zoen. Tot dan toe is het in de wielersport nog nooit gebeurd dat een renner in één seizoen drie grote wedstrijden van een zo verschillend karakter won. De eindzege in de Super Prestige Pernod, het klassement over de voornaamste wegkoersen van het jaar, komt in 1962 dan ook met royale voorsprong op de concurrentie in het bezit van de Zeeuw­se ijzervreter. De naam van De Roo als internationaal wegren­ner is voorgoed gevestigd. De man uit Schore, inmiddels getrouwd en verhuisd naar Kruiningen, heeft de aandacht getrok­ken door zijn rustige zit op de racefiets, zijn gemakkelijke manier van rijden en zijn grote strijdbaarheid. “In 1963 won ik maar een stuk of vier koersen, waarbij wel weer Parijs-Tours en de Ronde van Lombardije. Daarna won ik drie jaar op rij een etappe in de Tour de Fran­ce, werd winnaar van een rit in de Ronde van Spanje, van een etappe in de Ronde van Nederland en behaalde ritzeges in de Tour de Sud-Est, de Aude en de Midi Libre.” Tweemaal achtereen, in 1964 en 1965, wordt hij Nederlands kampioen op de weg, wint de Ronde van Vlaanderen en de Omloop Het Volk, waarna hij zijn carrière in de Willem II-Gazelle ploeg afsluit. “Toch won ik goed beschouwd niet zoveel koersen. Ik kon me vaak wel bij de eersten klasseren, maar in massasprints bleef het meestal bij ereplaatsen. Ik moest in de laatste paar kilometer wegspringen en dan moest het een beetje goed uitkomen. Soms leek het bij mij alsof het gemakke­lijker was een klassieker dan een kermiskoers te win­nen,” aldus de nu 77-jarige oud-coureur uit Zeeland die nog regelmatig zijn rondje fietst. “Dat gaat nog redelijk goed, al zit ik wel met een slechte knie. Die heeft vroeger nogal wat klappen gekregen.” De mensen met wie hij geregeld 70 tot 100 kilometer door het Zeeuwse land fietst variëren in leeftijd van vijf jaar tot 20 jaar jonger dan de oud-prof. “Die riepen twintig jaar terug al dat ik een ouwe man was.” De Roo is nog altijd in zijn geboortestreek blijven wonen, nu tussen Schore en Goes in Biezelinge. Op vrijdag 14 november kunnen de wielersportliefhebbers nog eens mee genieten van zijn wederwaardigheden in de wielersport als de Zeeuwse oud-prof een van de gasten is in het Brabants Wielercafé dat plaatsvindt in zaal Ambiani in Bladel.

 

Over pgijsbers

Wielersportliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in 1 en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.