84. 1979 Eindhoven/Meerveldhoven De smokkelaar met uitzonderlijk talent

IMG_1727 (2)f Moser, Bert Oosterbosch WK, Ponsteen

Bertje, kleinzoon van opa Frans, als wereldkampioen baanachtervolging WK 1979 in Amsterdam Francesco Moser – Bert Oosterbosch – Herman Ponsteen

Oud-coureur Geert Oosterbosch levert regelmatig een redactionele
bijdrage aan het clubblad van TML Dommelstreek ‘In de waaier’. Zijn verhalen over de wielersport zijn de moeite waard om door een groter publiek te worden gelezen. Deze bijdrage aan Wielerspiegel  gaat over zijn vader die tevens de opa is van oud-wereldkampioen Bert Oosterbosch.

Het kunnen zware tijden zijn om in de wintermaanden de conditie wat op peil te houden. Sneeuw, spekgladde binnenwegen èn verdomd koud. Vooral voor ’n ‘fanatieke’ veteraan als ik is het behelpen, maar je moet op mijn respectabele leeftijd wel iets om niet te ver terug te vallen. Dus hijste ik me vorige winter maar op ’n spinningfiets die ik ’n aantal jaren geleden al had aangeschaft. Ons Els reed er echter meer op dan ik de voorbije jaren, dus werd het tijd dat ik ook eens mijn investering van toen ging verzilveren! Terwijl ik zo langzaamaan gewoon raakte aan dat ‘zelfkastijdingsvehikel’, is het merkwaardig wat er soms in je gedachten opduikt, als je in je eentje op ’n klein kamertje jezelf onder het ‘genot’ van ’n muziekje afpeigert met soms ’n polske van wel 170, en melkzuur dat achter je oren dreigt te geraken! Ik besefte plotseling dat ik met mijn 62 jaar toch nog wel fanatiek bezig was, weliswaar met minder ‘panache en vermogen’ als vroeger maar dat gedrevene had ik nog steeds.  Dat moest toch wel ergens vandaan komen, in de genen zitten of zo, en dit vooral naar aanleiding van  ’n verhaal dat ik in september 2012 had gehoord.

Hierbij eerst ’n inleidend verhaal dat later aanleiding zou geven tot de werkelijke inhoud daarvan.

Ik was in november 2012 uitgenodigd op de presentatie van een schitterend wielerboek, genaamd: WIELERSPIEGEL over 125 jaar wielersport in de Kempen en geschreven door Piet Gijsbers uit Casteren, ´n groot wielerkenner en journalist van onder meer het weekblad De Kempenaer. Werkelijk ’n fantastisch boek met geweldig mooie foto’s en dito verhalen, waarbij het Kempische wielerleven in al zijn facetten wordt belicht en waar Piet niet minder dan 3 jaar aan gewerkt heeft, ’n echte aanrader voor elke wielerliefhebber. De Kempen had in die 125 jaar 3 wereldkampioenen voortgebracht namelijk Jan Walravens veteranen 1968, Henk Baars veldrijden profs 1990 en Bertje Oosterbosch amateurs  ploegentijdrit 1978 en in 1979 profs achtervolging. Zij kregen daarvoor speciaal ’n exemplaar uitgereikt. Ik had de eer om namens Marjan, Berts weduwe, èn postuum voor Bertje, dit boek in ontvangst te mogen nemen waarin Piet ook nog ´n prachtige ‘in Memoriam’ voor hem had geschreven. Het kon ook niet beter als op deze avond, want de presentatie was ’n onderdeel van het voor iedereen toegankelijke ‘Brabants Wielercafé’, jaarlijks georganiseerd door echte wielermensen zoals Marcel Vosters en Johan Pijnenburg en wat elk jaar ’n groot succes is. Het was volle bak in de zaal Ambiani in Bladel en ik was in gezelschap van oud renners Frans Otten en Willy Oppers en mijn kameraad Jan Peeters, die mij later op de avond nog ’n geweldige dienst bewees door een gedicht van mij, op zijn eigen o zo bekende wijze naar het publiek te ‘brengen’. Interessant waren ook de tussendoor geplande interviews met wielervedetten van vroeger en nu zoals met Pietje Damen, in de 50er jaren winnaar van de Vredeskoers (kleine Tour de France) en Thomas Dekker, het grootste talent van de laatste jaren, die eerlijk en heel open verhaal deed over wat hem allemaal is overkomen. Verder werd de avond nog opgesierd door ’n paar muzikale optredens van Jan-Willem Roy, zanger en tekstschrijver èn oud coureur uit Knegsel, die vooral de wielersport op ’n prachtige manier via zijn optredens uitdraagt.

Na een van de korte pauzes, toen ik van het ‘klein huiske’ kwam, werd ik plotseling aangesproken door Bert van Herk mijn vroegere fietsenmaker in Meerveldhoven, waar de zaak nog steeds bestaat, maar nu gerund wordt door zoon Bas. En nu begint de kern van het verhaal!

Vroeger toen ik bij de nieuwelingen en aspiranten reed waren Bertje Oosterbosch en ik kind aan huis bij Bert, die de zaak van vader Nol had overgenomen, die overigens nog heel regelmatig ’n handje toestak, vooral wat wielen spaken betreft. Wijlen Nol van Herk ook zeer bekend als  ‘Nol den Draaier’, zijn hobby om met ’n houtdraaibankje de mooiste ‘meubeltjes’ te toveren zoals schemerlampen e.d. Maar Nol was bovenal ’n fameus fietsenmaker, c.q. framebouwer van de overbekende AVH frames, waar hij later zoon Bert ook in betrok. Velen, waaronder ik hebben jarenlang op ’n AVH fiets gekoerst, ’n fiets waarbij de trapas al iets hoger van de grond lag dan bij andere merken, waardoor je in de bochten meestal kon doortrappen en zodoende je snelheid beter kon vasthouden! Dé was ’n ferm veloke zulle! Het was bij Van Herk toentertijd, net zoals nu bij Peter en Erik Heerings d’n zoete inval, met ’n prima service, ‘auwverwetst’ goed! Toen ik amateur werd deed ook de sponsoring z´n intrede en kregen wij fietsen en materiaal via de sponsor geleverd. Al verwaterden de contacten met Van Herk enigszins, als wij elkaar soms nog eens zagen, dan was er altijd die blijk van vriendschap en waardering tot op de dag van vandaag!

Maar terug naar Nol den Draaier die de spil zou vormen van mijn gefilosofeer tijdens mijn eenzame gang op m´n spinbikeske, terwijl de sneeuw gestaag tegen de ramen dwarrelde. Zoon Bert verhaalde van die dag in de zomer van 1979 toen Bertje Oosterbosch wereldkampioen achtervolging werd in Amsterdam, door niemand minder dan de grote Italiaanse kampioen Francesco Moser te verslaan. De dag dat Bert als ’n haas naar vader Nol rende en hem toeriep dat ‘Rooi Bertje’ kampioen was geworden. Nol z’n eerste reactie toen was in onvervalst Kempisch dialect: “Dè hittie nie van unne vrimde, dè hittie van Franske Oosterbosch”. Eerst dacht ik dat Bert mijn broer Frans, de vader van Bertje bedoelde die ook enkele jaren gekoerst had. Nee, zei hij resoluut, opa Frans Oosterbosch, wijlen mijn vader, maar die had nooit gekoerst, dus ik werd steeds nieuwsgieriger waarom Nol destijds tot die uitspraak kwam!

We wisten allemaal dat vader ’n fervent wielerliefhebber was geweest. Tot aan zijn overlijden in 1985 bezocht hij honderden koersen, zowel op de baan als op de weg. En als jonkies mochten wij ook dikwijls mee gaan kijken. Wij kregen de liefde voor de wielersport met de paplepel ingegoten! Ook wisten wij, uit verhalen van vroeger, dat hij ’n héél bekende smokkelaar was geweest in en rondom oorlogstijd. Wijlen onze moeder had daar ook enkele spannende details over verteld. Bij nacht en ontij reden ze dan op zwaar bepakte transportfietsen door bos en hei, o.a. dwars door de Pielis, ’n gehucht tussen Weebosch en Luijksgeste. Komende vanaf de ‘Belse’ grens, waarbij ze o.a. tabak, boter en suiker naar Eindhoven vervoerden. Vanuit Eindhoven naar de grens en dan vol bepakt weer terug. Het was bepaald niet eenvoudig, men moest wel ècht gedreven èn fanatiek zijn om dit regelmatig te volbrengen. De puzzelstukjes waar ik op mijn spinningbikeske mee bezig was, begonnen in elkaar te vallen! De tochten van de smokkelaars waren ook zeker niet zonder gevaar, want de ‘kommiezen’ (veldpolitie) lagen regelmatig op de loer om hun smokkelwaar in beslag te nemen. Soms ontstonden lange nachtelijke achtervolgingen, waarbij het uithoudingsvermogen vaak de doorslag gaf.

Nu pikte ik het verhaal van Bert van Herk over vader Nol weer op. Destijds woonde er ’n kommies bij hun in de buurt die regelmatig aan die nachtelijke patrouilles had meegedaan. Die kommies kwam soms in de winkel van Nol en vertelde dan ooit wat er zoal gebeurde bij nacht en ontij. “Ja ja,” vertelde hij regelmatig, “het was soms ‘verrekkes’ pezen om die smokkelaars proberen te vatten. Want ze waren vaak met ’n groepje dat op gepaste afstand van elkaar reed. En als de eerste dan onraad bemerkte schreeuwde hij meestal keihard, zodat de rest tijd had om andere paden in te slaan. Maar,”  vertelde hij verder op z’n onvervalst Veldhovens, “dur was er inne bij die was niet te grijpen; dieje mens reej zu nondedjuus hard dur die bossen en paaikes, daor wár vur ons niks tegen te beginnen. Het leek wel ’n moterke, en zunne naam wit ik ok nog mar al te goed: Franske Oosterbosch!” 

Dit was het laatste stukje van de puzzel dat voor mij op z’n plaats viel. Want met ‘n ‘rustig’ hartslagske verder pedalerend wist ik nu wel helemaal zeker waar die wielerbacil in onze familie vandaan kwam. Naast mijn broer Frans en Bertje, waren ook mijn kinderen Sandra en Erwin besmet geraakt met dat virus. Sandra enkele jaren geleden bij de dames waar ze naast ’n paar mooie overwinningen regelmatig in de prijzen reed en Erwin die nieuweling en junior is geweest en die ook naast enkele 1ste plaatsen diverse keren in de prijzen reed, met als absoluut hoogtepunt het Nederlands Clubkampioenschap in Dronten met Hans Dekkers, Ruud Kooymans en Rob Bijnen. Het kon allemaal geen toeval zijn. Mijn nieuwsgierigheid naar het hoe en waarom van die eerste uitspraak van Nol van Herk werd alleen maar bevestigd. Ik kreeg er  een warm en voldaan gevoel van. Want dat Franske Oosterbosch vroeger niet in te halen was, is dan ook misschien wel dat ‘uitzonderlijke talent’ geweest dat hij doorgegeven heeft aan zijn kleinzoon Bertje, die uitgroeide tot één van de beste wielrenners die Nederland ooit gekend heeft!

Saillant detail bij dit hele verhaal is, dat ik in 1969 verkering kreeg met ons Els, die de dochter bleek van notabene ’n oud-kommies, hoe kun je het bedenken! Als ik nu soms dat liedje hoor, met als titel ‘Hij was een smokkelaar’, dwalen mijn gedachten af naar die donkere nachten, waar Franske dikwijls moest ‘koersen’ om zijn achtervolgers voor te blijven.

“Hoezo: hij heeft nooit gekoerst?!”

Geert Oosterbosch

P.S. De eerder over het hoofd geziene 4e wereldkampioen uit de Kempen Jo Jansen uit Valkenswaard (1982 WK Veteranen in het Oostenrijkse Sankt Johann) is inmiddels alle eer aan gedaan in bericht nr. 7 op WIELERSPIEGEL  d.d. 5 april 2013.

Over pgijsbers

Wielersportliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in 1 en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op 84. 1979 Eindhoven/Meerveldhoven De smokkelaar met uitzonderlijk talent

  1. Weer een mooi verhaal Geert je hebt je roeping gemist. Groetjes Ko Hoogedoorn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.